Uitgelicht bericht

Afscheid nemen en thuiskomen

imageimage

Vrijdagmorgen vertrek ik met de bus richting Tel Aviv om voor Shabbat alvast wat dichter bij het vliegveld te zijn. We rijden langs de Westbank. Als ik in Jeruzalem overstap,ervaar ik daar nog steeds dezelfde opgefokte sfeer. Toeterende auto met grote Israëlische vlaggen en massa’s zwaar bewapende soldaten.

Ik ben blij als ik in de bus zit naar Tel Aviv. We kruipen over de rondweg, alle tijd om rond te kijken richting de Westbank. Ik zie veel kale hellingen met stompjes van oude olijfbomen, die hier en daar alweer uitlopen . Op de achtergrond een grote zwarte rookpluim. Misschien stookt iemand zijn oude autobanden, zeg ik tegen mezelf tegen beter weten in. Eerlijk gezegd volg ik het nieuws nauwelijks. Met al die propaganda van diverse kanten weet je toch niet wat je moet geloven. Ik gebruik liever mijn eigen ogen en oren.

Als ik even later het Old Jaffa Hostel binnenstap, voelt het als thuiskomen. Ik doe mijn laatste inkopen voor de winkels weer gesloten zijn ivm sjabbat en slenter vervolgens naar de zee om te dobberen in de golven. Tijdens zonsondergang staat een groep van zeker 50 Mexicaanse gelovigen te praisen bij het strand.

Zaterdagmorgenvroeg duik ik in de golven en geniet van de stilte op het strand. Tijdens het ontbijt ontmoet ik Ezekiel, een bruisende vent van 88. Jank and Jew, zijn broer vocht bij Nijmegen tegen de nazi’ s ‘ so I love the Dutch people’. Hij biedt aan mij de volgende morgen om 4 uur (!!) naar het vliegveld te brengen, een aanbod dat ik met enige aarzeling aanneem. Maar het kan niet gevaarlijker zijn dan de taxirit die een Duits gezin vannacht meemaakte. De chauffeur deed een wedstrijdje met zijn maat, het gezin heeft doodsangsten uitgestaan….en er nog veel geld voor moeten neertellen ook. ”

Ezekiel heeft praatjes voor 10 en speelt voor iedereen een deuntje op zijn mondharmonica. Stille nacht, Musi Denn en met 1 hand op de borst: God save the queen. Al met al een vrolijke bende. Tot nog toe ben ik nog niet vaak een ADHD’r van 88 tegen gekomen, maar de diagnose is snel gesteld. Ezekiel biedt ook nog aan mij vandaag de synagoge en de halve regio te laten zien, maar dat sla ik beleefd af.

Ik loop door het park naar het hoger gelegen historische Jaffa, vier spontaan de eucharistie in de katholieke Petruskerk, waar gelovigen uit Kongo, in prachtige gekleurde gewaden zingen en swingen olv een percussieband. Dit alles bij een volledig herkenbare traditionele liturgie, die ik dankzij enige Oud Katholieke ervaring min of meer in het Nederlands kan volgen en meezeggen. In een van de parken kom ik in een fotosessie terecht na de doop van Eritreese babies.

Een prachtig in het wit gekleed jochie van een jaar of 5 aait me een paar keer voorzichtig over mijn benen, blijkbaar vraagt hij zich af of die bleke dingen wel echt zijn. Tot slot zie ik de in het wit geklede zwarte families richting grote bussen schrijden. Of de grote witte limousine voor de dopeling en zijn ouders is of dat ik nog een Eritreese bruiloft ben misgelopen, daar kom ik niet achter. Je kunt ook niet alles meemaken.

Weemoedig duik ik voor het laatst bij zonsondergang de zee in en zit in de schemer nog lang na te genieten. Achter mij zit een jonge Arabier een zandsculptuur te maken. Steeds meer mensen gaan om zijn moskee van zand staan. Als hij vervolgens diverse olielampjes en lichtjes in de nissen zet, terwijl uit zijn muziekbox ‘Sultans of swing’ klinkt, weet ik zeker dat ik er goed aan heb gedaan om mijn laatste dagen niet in een klooster door te brengen. De meest heilige momentjes beleef je soms in de vrije natuur, op het strand of op straat.

Als ik dankbaar voor dit afscheidskadootje de donkere boulevard op stap, wacht mij nog een verrassing. Er wordt een stand opgebouwd voor een dialoog tussen Palestijnse en Joodse ouders die in de afgelopen jaren een familielid zijn verloren vanwege onlusten tussen Joden en Palestijnen. Niet zomaar een lokaal gebeuren, mensen uit het hele land, oa vanuit Galilea, Hebron en Jeruzalem krijgen vanavond gelegenheid hun verhaal te doen en om te pleiten voor tolerantie en erkenning van de diverse bevolkingsgroepen in Israel. De spreker uit Hebron heeft 8 checkpoints moeten passeren om hier vanavond te kunnen zijn.

Ook al versta ik niet veel, de sfeer is open en harmonieus. Af en toe is er een foeterende voorbijganger, maar die weet men steeds te sussen. Met de beelden van Jeruzalem nog op mijn netvlies, verbaast het mij dat er geen soldaat of politieagent te bekennen valt om de aanwezigen te beschermen. Er hoeft maar 1 gek langs te komen en kwaad te willen….maar het verloopt zonder vervelende incidenten. Van de reporter krijg ik zijn visitekaartje en de Engelse versie van de website, zodat ik dit verhaal in Nederland kan uitdragen.

Ik slaap enkele uurtjes op het dakterras en vertrek keurig op tijd met Ezekiel naar het vliegveld. Gelukkig was ik op het laatste moment door Patty uit Alabama (èlebeme) nog gewaarschuwd dat zijn richtinggevoel niet heel scherp meer is, in tegenstelling tot zijn praatjes. Bij de eerste kruising aarzelt hij al, draait drie keer op een rotonde voor hij de richting weet. Of nog bloedstollender: zet zijn auto stil op de rotonde om even na te denken om vervolgens achteruit te rijden en de juiste afslag te pakken.

Ik weet dat Patty op dit moment heel veel schietgebedjes doet. Hopelijk verstaat God haar wel, want zelf kan ik er geen chocola van maken, van dat geknauw. Ik kies er voor om gauw Google maps te openen en verder voor co-piloot te spelen. Op de rijksweg tuffen we met een gangetje van 70 over de middenbaan, terwijl links en rechts taxi’s langszoefen. Om de stemming compleet te maken genieten we intussen van een CD tje met wilde Roemeense zigeunerdansen.

Wat ben ik blij als ik 50 minuten later constateer dat ik de rit die slechts 13 km had moeten zijn, overleefd heb. Ik geef de man nog de goede raad om vooral rechts te rijden. Zijn aanbod om met me mee te lopen, wimpel ik af door hem een kadootje als dank aan te bieden en hem dan uit te zwaaien.

Met mijn koffer vol verdachte visitekaartjes, kadootjes van foute vrienden, foto’s van plaatsen waar ik vooral niet had moeten zijn vanuit het perspectief van de Israëlische veiligheidsdienst, ga ik moeiteloos langs de douane….zie ik er echt zo onnozel uit? Ik heb zoveel verhalen gehoord van medereizigers die uren verhoord werden in deze paranoïde politiestaat, simpelweg omdat zij bevestigend antwoordden op de vraag of zij behalve andere toeristen ook locale bewoners hebben gesproken.

Inmiddels ben ik min of meer geland, wat een heerlijke ervaring om die eerste glimp van je gezin op te vangen, als je op Schiphol, door de automatische deuren verschijnt, aan de andere zijde. Nog enkele dagen resten mij om verhalen en verslagen uit te werken en alles een plekje te geven. Waar kan dat beter dan op de Herfstconventie in de bossen van Delden, waar ik kampeer bij een temperatuur die 30 graden lager ligt dan in Israel. Volgende week mag ik er weer full speed tegenaan, voor de laatste vakken van mijn Bachelor Theologie. Wat de titel van mijn eindscriptie zal worden weet ik nog niet precies. Maar dat mijn Nazareth ervaringen daar een belangrijke plek zullen krijgen, dat lijkt mij helder. Voorlopig is dit even mijn laatste reisverslag maar de vele indrukken zullen nog lang doorwerken. Mijn verbondenheid met de vele vrienden is gelukkig grensoverstijgend!

 

Advertenties

Oud en Nieuw

Op de valreep van Oud en Nieuw ging ik na een veelbewogen jaar enkele dagen op retraite op een mooie stille plek ‘ergens tussen herberg en klooster’. Een goed moment om terug te blikken en verwachtingen uit te spreken.

Tijdens de meditatieve wandeling rondom de Tienhovense plas stonden we stil bij een boom, toonbeeld van de seizoenen. Zo’n stille kale winterboom, die weet dat hij zijn blaadjes moest laten vallen omdat ‘het niet langer houdbaar bleek’. Door los te laten ontstaat ruimte voor een nieuw begin. Soms op een en dezelfde tak, oude droge vruchten en volle jonge knoppen, wonderlijk mooi!

We passeren ook een perenboom, die nog stampvol hangt. Symbolen voor de gemiste kansen. Spijtig denken we aan de vele vruchten die niet geplukt zijn in het afgelopen jaar. Van zoete smakelijke vruchten verworden tot bitterheid.

Dat in het loslaten nieuw leven ontkiemt, is een prachtige gedachte. Maar allen die dit jaar werden geconfronteerd met ziekte, ongekend lijden en dood, oorlog en geweld, verlaten van huis en haard, zij kennen de wreedheid en de pijn. En zullen niet licht spreken over loslaten omdat het nu eenmaal hoort bij de ‘loop der dingen’. 

Ook wij zijn door dergelijke ervaringen heen gegaan. Zoveel lijden in onze directe omgeving. Vrienden die een verbijsterende boodschap kregen van een ongeneeslijke ziekte. Alle levensreddende inspanningen lijken op niets uit te lopen. Een geliefd familielid dat in enkele weken tijd overlijdt, haar maatje en lieve kinderen en kleinkinderen ontredderd achterlatend. Wat is de zin van dit alles? 

Tijdens mijn verblijf in het Midden- Oosten was de verharding soms deprimerend. We spreken over de Palestijnen en de Joden. En bij terugkeer in Nederland spraken we over de vluchtelingen. We kijken elkaar niet meer in de ogen, kennen de naam niet van de ander en laten ons leiden door angst. We staan zo weinig open voor een nieuw begin.

Hoe kunnen we het tij keren en vredestichters zijn? Begint dat niet bij de enkeling die zich opent voor de ander? Ik heb veel mooie ontwapenende voorbeelden gezien, juist daar waar de duisternis het lijkt te winnen. Wat hebben deze bruggenbouwers onze solidariteit nodig.

Toch moeten we juist in onze eigen kleine kring constateren dat het niet eenvoudig is, het zoeken naar verbindingen. We wikken en we wegen, over loslaten, hoe wel, hoe niet? En omdat we geen bomen maar mensen zijn, kunnen dergelijke gedachten ons dag en nacht bezighouden. Zeker wanneer het ons niet overkomt maar een keuze is, omdat ‘het niet langer houdbaar lijkt’. Omdat we onszelf en de ander de ruimte gunnen voor groei. Met alle loslaat en groeipijnen die daarmee gepaard gaan. 

Het zijn niet enkel succesverhalen waar we op terugkijken. ‘Ik ben niet trots, ik spreek geen grote woorden’ (Psalm 131) werd ons aangereikt, tijdens het avondgebed in de kapel. Wat een zegen als er na deze uitroep, genade en liefde overblijft van De Ander. Het helpt ons steeds opnieuw om genadig naar onszelf en naar de ander kijken.

Met vallen en opstaan zetten we stappen. Trouw aan onszelf en aan onze roeping om soms tegen de verdrukking in ‘te groeien en te bloeien’. 

Als de dichter Rilke mediteert bij een boom in de overgang van de lente naar de zomer, dan belicht hij niet allereerst het loslaten. Waar het op aankomt is geduld. We hoeven niet opgejaagd te produceren, onze levenssappen eruit te persen. Of te beantwoorden aan de hoge lat die anderen voortdurend naast onze levens leggen. 

Samen met die stille knoestige reuzen in het woud, die kleine struikjes, die jonge buigzame twijgjes, mogen we putten uit de Bron van het Leven. Onszelf overgevend aan de vernieuwing, in onszelf en in de natuur: de nieuwe dag, die zeker komt!                        

 Terugkijkend op het afgelopen jaar zijn we dankbaar voor ons ‘nest’, trots op onze kinderen hoe zij bijdragen aan liefde en geluk. Bewust van de kwetsbaarheid van dit geluk hebben we het leven des te meer gevierd.

En dat hopen we te blijven doen. Met elkaar, en met allen die om ons heen staan. Daarom verdwijnen we nu achter het fornuis om naast de vette bollen ook licht verteerbare appeltjes te poffen. Omdat er niet alleen bitterheid was. Naar goed Joods gebruik wensen we elkaar toe dat er veel zoets zal zijn in het nieuwe jaar. Mazzeltov! Shalom, Salaam, Vrede!

Leendert, Wilma, Marlise, Ard, Willemijn.

Über die Geduld

 

 


Man muss den Dingen
die eigene, stille
ungestörte Entwicklung lassen,
die tief von innen kommt
und durch nichts gedrängt
oder beschleunigt werden kann,
alles ist austragen – und
dann gebären…
Reifen wie der Baum,
der seine Säfte nicht drängt
und getrost in den Stürmen des Frühlings steht,
ohne Angst,
dass dahinter kein Sommer
kommen könnte.

Er kommt doch!

Aber er kommt nur zu den Geduldigen,
die da sind, als ob die Ewigkeit
vor ihnen läge,
so sorglos, still und weit…

Man muss Geduld haben

Mit dem Ungelösten im Herzen,
und versuchen, die Fragen selber lieb zu haben,
wie verschlossene Stuben,
und wie Bücher, die in einer sehr fremden Sprache
geschrieben sind.

Es handelt sich darum, alles zu leben.
Wenn man die Fragen lebt, lebt man vielleicht allmählich,
ohne es zu merken,
eines fremden Tages
in die Antworten hinein.

 

Rainer Maria Rilke

Oases in de woestijn

Na een prachtige busrit van een uur stap ik uit bij Ein Gedi en sleur mijn twee koffers waar lood in lijkt te zitten, in de zinderende hitte 800 meter de berg op. Ik had vanmorgen nog geen bevestiging van mijn reservering van de Fieldschool. Het is te hopen dat zij plaats voor me hebben,zo’n klim maak je liever niet voor niets. Als ik bijna boven ben, krijg ik een lift en word voor de deur afgeleverd.

Het ziet er naar uit dat ik de enige gast ben, zo ongewoon stil is het. Niet verkeerd om te betalen voor een dormitory en de 6 persoons kamer lekker voor jezelf te hebben. Ik fris me op en vertrek dan naar Wadi David, een natuurgebied naast het hostel. Ik klim omhoog langs een kabbelend beekje, waar ik af en toe met kleding en al in ga zitten, je hoort het nog net niet sissen, zo heet is het. Ik zit mezelf te vermaken met de zelfontspanner van de camera en maakt grappige foto’s: Druk op de knop, 20 seconden om naar je plek te rennen door de beek, smile en klaarrr! Veel authentieker dan die suffe selfies!

Na een tijdje komt er een tienermeisje om het hoekje kijken. Als ik later hoger klim zie ik haar vanaf een hogere berg op mij neerkijken. Ik denk dat het een Bedoeienenkind is. Nog enkele gezinnen wonen in dit gebied en werken voor een deel bij de Fieldschool. Op ‘kruispunten’ in het gebied kom je af en toe torentjes met stenen tegen. Dat blijken wegwijzers te zijn die nog steeds door dit woestijnvolk worden gebruikt.

Als ik uren later, na mijn wandeling op het stille terrein van de Fieldschool zit te genieten van de stilte en de gekke steenbokken en marmotten die als huisdieren om me heen draaien, ontmoet ik de vader van het meisje, Sala. Een zeer vriendelijke man, die glunderend achter zijn jongste dochter Sara aanrent, een mollige zigeunerachtige peuter die de harten steelt van de sjiek geklede Amerikaanse of Aziatische toeristen die met bussen vol dames met hoge hakken en keurig gekleede heren af toe op het terrein landen om even van het uitzicht genieten.

Inmiddels ben ik er aan gewend geraakt dat groepen toeristen in dit land gelovig zijn. Vaak wordt er een gebed uitgesproken, of een hymne gezongen. Behalve deze bezoekers zit ik er meestal alleen. s’Nachts geniet ik buiten onder de sterrenhemel en ’s morgensvroeg zie ik de zon opgaan boven de Dode Zee. Een geit tikt mijn spullen van de tafel als ik even mijn kamer inloop, zorgvuldig de deur sluitend om te voorkomen dat de vele katten niet brutaal onder mijn bed springen omdat buiten soezen in de zon zelfs voor een kat ‘not done’ is.

Het klimaat is klef en heet en ondanks de hoogte stinkt het ook een beetje van de Dode Zee waar je op uitkijkt. In tegenstelling tot de oase in de bergen is er op de begane grond ( lees …meter onder de zeespiegel) rondom de zoute zee een soort ‘ghosttown’ ontstaan. De stranden zijn leeg, de parkeerplaatsen verlaten en vol afval, kraaien en katten rotzooien netzolang tussen de hopen tot ze iets bruikbaars hebben gevonden. Blijkbaar eten ze geen dadels, die liggen te rotten onder de vele dadelpalmen.

Sinds het voorjaar kun je hier geen modderbadje meer nemen en is drijven op het Zuidelijke deel van de Dode Zee niet meer mogelijk. Voor die tijd voorzag het meer van Galilea de Dode Zee van water, maar omdat in dat meer het peil te snel daalde, is de sluis gesloten. Met dramatische gevolgen voor het toerisme.

De volgende dag trek ik opnieuw de wildernis in. Met 5 liter water in mijn rugzak voel ik net een kameel. Voordeel van dit gebied is dat het deels in de schaduw is. Ik klim uren langs een beekje en duizelingwekkend mooie rotspartijen. Soms moet ik door smalle gangetjes en houd er serieus rekening mee een bever tegen te komen. Wat niet het geval is. In twee uur tijd passer ik welgeteld 1 tegenligger. Een knappe jonge Arabier met een pistool aan zijn riem. Natuurlijk maak ik kort een praatje, hij zegt dat hij een Bedoeien uit Beersheva is. Later hoor ik van deskundigen dat Bedoeinen geen pistolen dragen dus vraag ik me af of ik een conversatie had met een heuse terroristenleider die ontsnapt was in de wildernis. Net als David die zich hier ruim 3000 jaar geleden verstopte voor koning Saul.

De dag erna maak ik opnieuw een prachtige hike in de wildernis van Ein Gedi. Opnieuw langs beekjes, watervallen en bassins. Toen ik uren had gelopen en vlak voor de top al een hele tijd door de droge bedding van een beek had gelopen, kon ik me niet voorstellen dat er nog een hogergelegen bron zou zijn. Omdat het bloedheet was, aarzelde ik om terug te gaan, maar zette toch door. Met succes! Ik kwam in een geweldig paradijs terecht met borrelende bronnen, watervallen en heb heerlijk gezwommen in diverse bassins. Ineens moest ik denken aan de vele mensen die ik heb ontmoet in deze 5 weken. Hun geloof in het onmogelijke hebben ze van geen vreemde maar danken ze aan de Schepper zelf. Ook Hij creeert oases op plekken waar je allang de hoop verloren hebt. Met hulp van vele mensenhanden en harten zal er eens vrede heersen en zal Israel een paradijs zijn waar mensen uit alle windhoeken van zullen genieten.

Geloven in een paradijs op aarde.

In de immense grootsheid van de natuur in woestijn besef ik elke dag meer de nietigheid van de mens. Als we de volgende dagen JNF projecten bezoeken en mensen ontmoeten die in de woestijn wonen en werken dan vind ik de innerlijke harmonie die zij uitstralen steeds heel opvallend. Met respect wordt gesproken over de Bedoeienen, de oorspronkelijke bewoners van de woestijn. Zowel in de co

mmunities, bedrijven en universiteitsprojecten die we bezoeken heeft men een houding om te leren van elkaar.

In de woestijn draait het als vanouds om overleven. Daar kun je het je blijkbaar niet permitteren om je buurman als vijand te beschouwen. Ik ben diep geraakt door de spirit van zoveel mensen die in de woestijn hun droom proberen te verwezenlijken. Met hun gezinnen zijn ze de woestijn ingetrokken, ver van de hectiek en de chaos van de steden. Omdat ze hun kinderen in harmonie willen laten opgroeien.

Het is keihard werken om het onmogelijke mogelijk te maken. Levend in een dorp in de woestijn waar maximaal 30 mm water valt per jaar en waar het op de een of andere manier lukt om tomaten, paprika’s, druiven ( excellente wijn!) en dadels in de dorre woestijn te laten rijpen. De pioniersgeest, de vreugde en de vitaliteit raken me en bemoedigen mij in de uitdagingen die ik zelf soms het hoofd moet bieden. Het slagen van een project hangt hier duidelijk samen met geloof, de onopgeefbare droom die van binnenuit komt.

In Dimona planten we bomen en zijn we aanwezig bij de ceremonie om een kinderspeelplaats voor gehandicapte kinderen te openen. In het dorpje Idan, in de woestijn van Paran, aan de grens met Jordanie, planten we acaciabomen. Op weg naar onze laatste overnachting met JNF genieten we bij een oase in de woestijn, eveneens een project van JNF. Als je een tijdje in de woestijn verkeert kom je dichter bij je ziel, je zintuigen nemen scherper waar. Zittend op de steiger van een meertje delen we onze verhalen, onder de palmbomen. Kleurrijke vogels strijken neer, een waar paradijs!

In onze lodge in Ein Jahav duiken mijn kamergenote Barbara en ik nog even de Jacuzzi in. We hebben veel plezier maar helaas moeten we er al weer uit voor het gaat borrelen, om opnieuw te genieten van een zeer smakelijk diner. Ditmaal klaargemaakt door een moeder en dochter uit het dorp. Na een korte ontmoeting met de burgemeester en enkele vertegenwoordigers van Idan en duiken we ons bed in.

Morgen scheiden onze wegen. De groep gaat terug naar Nederland. Voor mij zijn ook de laatste dagen van mijn reis aangebroken. Omdat ik veel indrukken te verwerken heb, besluit ik om de laatste dagen in de vrije natuur door te brengen. Ik wordt door mijn JNF vrienden gedropt bij een bushalte aan de autoroute, op weg naar het laatste deel van mijn avontuur: De wildernis van Ein Gedi.

Verlammende zaken en verlangen naar vrede.

Op zondagmorgen 11 oktober bezoek ik de Church of the Redeemer, een Lutherse Kerk in de oude stad van Jeruzalem. Samen met het gezin van Ilja en Marleen Antonissen. Zij zijn uitgezonden door ‘Kerk in actie’ en werken voor het Betlehem Bible college. Terwijl we van de Jaffapoort over de soukh naar de kerk lopen vertellen zij me hoe het is om met hun gezin hier te leven en werken.

Zelfs dagelijkse dingen als woon- werk- school verkeer moeten zorgvuldig worden gewikt en gewogen. Door de angst voor een aanslag of confrontaties kiezen steeds meer mensen er voor om niet meer met OV te reizen, of hun kinderen met de schoolbus mee te laten gaan. Met dat gevolg dat het verkeer muurvast loopt rondom de stad. Leuk om met de kinderen zelf te praten, vooral Marieke, de oudste blijkt over veel dingen te hebben nagedacht waar een gemiddeld Nederlands kind geen benul van heeft. Zoont Niels blijkt jarig te zijn. De presentjes die ik meebreng komen dus goed van pas en de pepernoten blijken een goede variant op de Hollandse pepermunt om kinderen zoet te houden.

De kerkdienst wordt georganiseerd door twee kerken en is deels in Arabisch en deels in Engels. Helaas zijn er nauwelijks Arabische gelovigen. Vanwege hun angst om zich in de oude stad te begeven na de recente spanningen. Heerlijk om bekende liederen te zingen in Engels of Arabisch en gezamenlijk het Onze Vader te bidden in vele talen. De preek gaat over de verlamde man die door zijn vrienden door het dak werd gelaten voor de voeten van Jezus en werd genezen naar lichaam en ziel.

Volgens de Palestijnse voorganger voelen vele Palestijnen in Israel zich ‘paralysed’. Zij kunnen niet gaan waar zij willen, staan in lange rijen bij checkpoints, de subsidies voor Christelijke (vaak Arabische) scholen worden grotendeels ingetrokken. Het vertrouwen dat de politiek de problemen gaat oplossen is tot een minimum gedaald. De enige hoop is gevestigd op de kerken wereldwijd. Hij doet een hartstochtelijke oproep aan de westerse gelovigen die aanwezig zijn, om hun geloofsgenoten in Israel niet te vergeten, om op te komen voor recht en hen te gedenken in hun gebeden.

Net als in het Markus verhaal hebben mensen het vandaag nodig genezen te worden naar lichaam en ziel. Angst en haat verlamt. Om te blijven geloven in vrede tegen de platte feiten in. Ontroerd en bemoedigd verlaat ik ruim voor de dienst is afgelopen de kerk. Marleen brengt me naar de tram door de stad die stijf staat van bewaking, maar ons Westerlingen wordt geen strobreed in de weg gelegd.

Ruim op tijd sluit ik mij weer aan bij de groep die een bezoek heeft gebracht aan Yad Vashem. Aangrijpend om te zien hoe vooral onze Joodse vrienden zwaar aangeslagen de bus instappen. Velen van hen geconfronteerd met namen van familieleden en brokjes van hun persoonlijke geschiedenis waar soms nauwelijks over wordt gesproken in families. De gids Chanan vertelt dat er alleen al van de familie van zijn vrouw 110 mensen niet zijn teruggekeerd na de Shoah. Niet te bevatten!

En het lijden gaat nog steeds door, nu niet alleen aan Joodse zijde maar ook aan Palestijnse zijde. We bezoeken een project van JNF aan de grens van de Gazastrook. Met geld van de donateurs is een basischool gebouwd die raketproof is. Het dak en de muren bijna 1 meter dik, overdekte schoolpleinen. Kinderen hoeven nu niet bij elk luchtalarm de schuilkelders in. Binnen 12 seconden moeten zij onder hun tafel schuilen tot het gevaar geweken is. Een leerkracht die dit coordineert vertelt hoe ieder kind een taak heeft, hoe ze programma’s en spelletjes hebben bedacht om PTSS zoveel mogelijk te voorkomen.

Kinderen geven een korte voorstelling naar aanleiding van een boek dat een van de docenten heeft gemaakt. Een van onze groepsgenoten uit Nederland is psychotherapeut en gaat zich inzetten om het boek in NL te laten vertalen. Indrukwekkend vind ik de liefdevolle wijze waarop de docenten spreken over hun lotgenoten aan de andere zijde van de grens. Ook zij zijn slachtoffer van een oorlog die de meesten niet gewild hebben. Als we met een brok in onze keel afscheid nemen, spreekt ze de hoop uit dat we hun verhaal uitdragen in het westen: ‘We (Israeli) are not all bad!’.

Door de betoverend mooie woestijn die langzaam verandert in een kraterlandschap bij ondergaande zon, komen we aan bij Mitzpe Ramon. We nemen nog even een heerlijke duik in het zwembad en laten ons dan verwennen door een royaal en smakelijk dinerbuffet. Wat een ervaring van uitersten op een dag! De volgende morgen sta ik vroeg op om sterren te kijken en de zon te zien opkomen boven de krater.